Een hond krijgt stress als een situatie onvoorspelbaar voor hem is en/of als hij geen invloed heeft op het verloop van de situatie. We kunnen stress bij honden vaststellen door veranderingen van hartslag, bloeddruk, hormoon- en bloedwaarden e.d. waar te nemen, en door uiterlijke gedragsuitingen en signalen waar te nemen. We spreken van een gestresste hond als hij minimaal twee of meer stress-signalen gelijktijdig toont en dat meerdere keren of als hij xe9xe9n signaal veelvuldig of langdurig toont. Honden kunnen ook stress tonen als ze in contact komen met kinderen of als ze de controle over het contact met het kind verliezen. Veel stress kan tot angst en ook agressie leiden. Daarbij leidt overmatige stress uiteindelijk tot fysieke problemen. Het tonen van stress-signalen kan echter ook betekenen dat een hond positief gespannen is, bijvoorbeeld door spel. Als de hond in het spel te veel signalen laat zien dan geeft dat specifieke spel hem te veel stress. Is het maar xe9xe9n signaal dan spreken we slechts van lichte positieve spanning.
Uitingen van acute stress kunnen zijn:
- tongelen (het puntje van de tong wordt kort uitgestoken)
- poot heffen (een van de voorpoten wordt licht omhoog gebogen en hangt af)
- trillen over het hele lijf
- klappertanden
- bek aflikken (met de tong de mond rond aflikken)
- smakken
- gapen
- overmatig hijgen (kan ook zijn om warmte kwijt te raken)
- verwijde pupillen met veel zichtbaar oogwit
- borstelen (rug en/of nekharen overind zetten, zover niet normaal voor ras)
- zich uitschudden of kop schudden
- plots overmatig aan de grond of iets anders snuffelen
- zich krabben (zonder aanleiding)
- snel kwispelen in lage houding
- piepen, janken
- opblazen (wangen of romp)
- trillen met de neusvleugels
- niezen
- zich overmatig likken
- algemeen gespannen lijf
- knagen aan poten of staart of andere lichaamsdelen
Naast acute stress kan een hond ook langdurig aan onvoorspelbare of oncontroleerbare situaties zijn blootgesteld. Wanneer de situatie niet verandert, ontwikkelt de hond chronische stress, wat uiteraard niet gezond is en gepaard kan gaan met fysieke en gedragsproblemen.
Uitingen van chronische stress, zonder medische reden, kunnen zijn:
- 'ijsberen' (op en neer lopen)
- wiegen (heen en weer schommelen op de plaats)
- overmatig blaffen
- zich overmatig likken
- overmatig knagen aan poten of staart
- zelfmutilatie (zichzelf beschadigen)
- in flanken zuigen
- zuigen op voorwerpen
- sloopgedrag
- niet rustig liggen, steeds weer opspringen
- overmatig dromen en plotseling wakker schrikken
- janken, piepen, huilen gedurende lange perioden
- diarree (indien geen sprake van bacterie of virus)
- overmatig hijgen met veel speeksel
- schaduw, lichtjes, vliegen e.d. najagen
- eigen staart najagen
- plotselinge slechte eetlust (zonder fysieke oorzaak zoals slechte tanden, maag-/darmproblemen
- slechte vacht, huidproblemen
- rillen
- afreageren, agressie
- depressief gedrag
- onzindelijkheid
- niet meer uitvoeren van simpele opdrachten
Bron: 'Vrienden – Onze hond, een kindervriend' van Patricia Henskens-Spee. Zij schreef dit boek als handleiding om gevaarlijke situaties tussen kinderen en honden te signaleren en voorkomen.